LA VILLE FERTILE, VERS UNE NATURE URBAINE, tentoonstelling in Cité de l’Architecture & du Patrimoine Paris

De tentoonstelling, die tot 24 juli 2011 loopt, is onderdeel van een breder programma dat de natuur in de stad behandelt: een tweede tentoonstelling betreft het oeuvre van landschapsarchitect Roberto Burle Marx en er zijn een serie lezingen, presentaties, wandelingen en discussies over het thema. Op de site van de Cité is al veel van deze informatie te vinden.

De helft van de mensheid woont in stedelijke nederzettingen, dus niet in de "natuur". Dat beplanting nodig is om de stad leefbaar te houden, is niets nieuws. Straatgroen, stadsparken, tuinsteden; traditionele onderdelen voor een leefbare stad. Steden worden groter en dichter bebouwd, geheel nieuwe steden worden in moordend tempo gepland en gebouwd, de wereldbevolking heeft nog lang niet de top van de Gausskromme bereikt. De grote tentoonstelling in Parijs* kan gezien worden als een momentopname in de ontwikkeling van nieuwe inzichten en technieken voor de begroening van stedelijke gebieden, gebouwen en infrastructuren.

La ville fertille, een veelzeggende titel, komt op het juiste moment. Het brengt aan het licht wat er ontbreekt aan het traditionele groenbeleid. De tentoonstelling is onderdeel van het hoofdthema van de Cité dit jaar: stad en natuur.

De Parijse tentoonstelling geeft de stand van zaken weer, een tussenstand. Het is geen zwaarmoedige redt de wereld manifestatie, het is eerder een verlokkelijke blik op een groenere stadstoekomst, bedoeld voor een groot publiek. De poster van de tentoonstelling laat een stralende groene stad zien: groen naast rood. In een montage is het beeld van Central Park in New York nog eens dunnetjes over gedaan, te midden van klassieke bebouwing met op de horizon de high rises. De mens die vanaf een rots dit alles beziet en de stralen die vanuit de stad richting hemel wijzen, doen denken aan een klassiek futurisme waarbij ditmaal natuur de redder van de stad (de wereld?) is.

Ondanks de niet gratis toegang is het druk in het Palais. In de corridor naar het hart van de tentoonstelling wordt de geschiedenis van het groen in de stad verteld, ruim geïllustreerd. Prachtig materiaal, niet alleen voor vakopleidingen maar voor alle soorten onderwijs.

Dan belandt je plotseling in de kelder van het Palais waar een jungle is gebouwd. Tussen de metershoge planten zijn installaties opgericht waar bekende en minder gepubliceerde begroende projecten uit de hele wereld getoond worden: 16 stuks, verdeeld over de thema's bos, grasland, rivieroevers en braakliggend land. Dit onderdeel wordt genoemd: L'Objet du desir en de curator is Nicolas Gilsoul. De informatie is helder, er is veel aandacht voor een effectieve en prettige kennisoverdracht. Op het moment dat je denkt, ok, ik heb een mooi overzicht gekregen, sla je de hoek om en krijg je een nog veel uitgebreidere informatiestroom op je af, genoemd La fabrique du paysage met als curator Michel Péna. Hier zijn de hoofdthema's: lucht, water, aarde en vuur en zijdelings komen ook aan de orde: invloed van tijd, ruimte, en een levendig hart. Weer tientallen nieuwe, vooral Franse projecten, gelardeerd met gefilmde interviews met talking heads. Ben je serieus geïnteresseerd dan moet je meerdere malen langs gaan, zo overvloedig is het aanbod. Op het eind zijn dan nog eens alle Parijse projecten bij elkaar gebracht en op een tientallen meters grote stadskaart geduid.

Opvallend is welke projecten wél en welke níet getoond worden. Zo wordt een van de eerste dakparken gedocumenteerd: de Jardin Atlantique op het dak van het treinstation Montparnasse. In een zeer naargeestige omgeving is een opgetild park met volwassen bomen ontstaan. Ga vanaf het perron een trapje op en je staat in de "natuur", sensationeel! De architectonische vormgeving dateert nog uit de post moderne periode en is ook nog eens niet onderhouden. Mede dankzij de armoedige hoogbouw die het station omgeeft bekruipt je een vervelend gevoel: het groen trekt het niet in dit onderkomen stuk stad.

Een zeer recent stedelijk parkje dat gedocumenteerd is, is de Jardin des grand moulins. Het uitgangspunt is interessant: min of meer ruig groen te midden van hippe woningbouw, het groen nauwelijks gecultiveerd. De architectonische ingrepen (bruggen, paden, hekken) echter, zijn zo manifest aanwezig dat het effect van het ruige groen teniet gaat. Hetzelfde effect als bij de Jardin Montparnasse.

The high line in New York, een wandelpark op een buiten gebruik gestelde spoortraject, uiteraard ook aanwezig in de tentoonstelling, doet direct denken aan de Promenade Planteé in Parijs. Waar in het Parijse voorbeeld een klassieke tuinarchitectuur domineert, is in New York sprake van high end landscaping en design. De wilde planten die het oude spoortraject hadden overwoekerd moesten plaats maken voor een overontworpen combinatie van andere planten, natuursteen, roestvast staal en hout. Natuur is hier stoffering geworden.

Welke belangrijke sleutelprojecten missen we? Bijvoorbeeld het verticale MFO park in Zürich, een staalconstructie in meerdere bouwlagen, geheel begroeid en een oase in een nieuwe woonwijk, een geheel nieuw groenconcept. Bijvoorbeeld Next 21, het Osaka Gas experimental housing project. Hier zijn zowel het principe van drager en inbouw als groen op en in alle bouwlagen verenigd en dan ook nog met de laatste energiezuinige installaties. Bijvoorbeeld de Eco Boulevard in Vallecas Spanje, waar groen en andere middelen ingezet zijn om schaduw en lagere temperaturen te bereiken en zo een nieuw type openbare ruimte te laten ontstaan.

Het gaat er niet om dat er projecten vergeten zijn, dat kan niet anders met een selectie. Het gaat er om dat natuur in de stad méér kan zijn dan een groene esthetische stoffering en dat er meer middelen zijn dan parken, groene daken en groene gevels. Het samenspel van het stedelijke en het groene kan een nieuw concept van stedelijkheid opleveren; het creëert en faciliteert een nieuw stadstype. Die nieuwe stad is nodig om de bewoners betere leefcondities te geven bij toegenomen stedelijkheid. In bestaande steden is er bij biotopische projecten sprake van een langzame overgang naar een gezondere leefomgeving, in nieuwe steden is er sprake van de opzet van een uniek nieuw stedelijk concept: de eco city. Hiervoor is een mix van groen en rood onvoldoende, de soft ware van planningsmethode en de betrokkenheid van de bewoners zijn er net zo belangrijk als de hard ware van het groen en rood. Een nieuw paradigma dus, ook politiek gezien.

De manier waarop momenteel eco cities worden gepland kan worden gekenschetst als "oude politiek" met een klein bottum up gehalte; niet voor niets worden de meeste eco cities gepland in Azie. Een voorbeeld van het direct betrekken van de bewoners is in Parijs te vinden. Elk jaar wordt het )zeer steenachtige' plein voor het stadhuis omgetoverd tot een tijdelijk park met grote vijver: dit om overtuigend de impact te tonen van het vergroenen van de stad. Bewoners die het openbare gebied direct bij hun woning willen beplanten, worden daarbij met raad en subsidie geholpen. De biomorfe gebouwconstructies die we zien verschijnen in de eco city renderings vertalen het principe in een vorm terwijl het ook een organisatiemodel kan zijn dat de natuur niet alleen letterlijk de stad in haalt maar de stad als natuur ontwikkelt. Omgang met onzekerheid en onoverzichtelijkheid is waarschijnlijk een wezenlijk uitgangspunt, haaks op de vooraf geplande megastructuren met calculeerbare risks & profits. Het idee van urban farming levert niet alleen de evidente voordelen op die bekend zijn (voedselproductie nabij consument, sparen van het landschap, integratie in de energiekringloop van de stad), maar het is wel de vraag hoe ecologisch dit fabrieksvoedsel kan zijn.

Al met al is de tentoonstelling La ville fertile een zeer waardevolle introductie op de actuele discussie over een gezondere stad. De verschenen catalogus (EAN: 978-2-281-195-64) bevat maar een deel van de informatie op de tentoonstelling, je moet dus echt naar Parijs!

De tentoonstelling is geïnitieerd door: het ministerie van ecologie, duurzame ontwikkeling, transport en huisvesting; het EDF Diversiterre Foundation, La Fondation d'Enterprise Bouygues Immobilier; Saint Gobain; Veolia Environnement.

 

// -->