HET FRANSE BALKON, DE FLOWER TOWER VAN EDUARD FRANCOIS IN PARIJS

De naam "flower tower" is enigszins misleidend, bamboe heeft geen bloemen. Het zullen de 380  potten zijn  waarin de bamboe staat, die de naam van dit bijzondere woongebouw  hebben veroorzaakt. De rondom lopende en uitstekende balkonranden in 10 bouwlagen maken van het gebouw een uitstalkast van groen, terwijl het gewoon sociale woningbouw in een buitenwijk van Parijs is.
Architect Eduard Francois, die al eerder begonnen was met het toevoegen van levend groen in zijn gebouwen, heeft hier in 2004 een overduidelijk symbool gemaakt van het groene bouwen. Geïnspireerd op de inventieve wijze waarop Parijzenaars hun Franse balkons groen weten te maken, heeft hij dit radicale gebaar gemaakt. De 1 meter hoge betonnen potten zijn als prefab onderdelen vastgestort aan het betonnen gebouw. De stalen balusters die elk apart op de vloeren zijn bevestigd ondersteunen het bewateringssysteem voor de vele planten.
Francois noemt de mix van beton en groen een kwestie van Ying en Yang, hetgeen een mooie samenvatting is van het idee biotopisch bouwen.
Het is niet alleen het groene waas dat het uitzicht vanuit de 30 woningen naar de overige hoge bebouwing verzacht, maar ook het constante lichte geruis van de smalle harde bamboestengels. Het stadsgeluid wordt gemixt met natuurgeluid. Het moet een merkwaardige gewaarwording zijn om vanaf de straat de lift in te stappen (er is geen hal!) en uit te komen in een appartement in het groen.

Het gebruik van de buitenruimte wordt ernstig beperkt door deze potterie, maar dat is blijkbaar een Parijse usance. Het kleine park aan de voet van de woontoren is zodanig ontworpen dat het aan het einde overgaat in dit begroeide gebouw, waarmee het zich verankert in de omgeving.In de vele commentaren over dit iconische gebouw trof ik een rake constatering aan: vanaf de oerhut van Laugier is architectuur een versteende vertalingvan natuur. Nog steeds laten architecten zich inspireren door natuurlijke vormen. Moderne ontwerp-en bouwtechnieken maken het mogelijk daarin steeds verfijndere op de natuur geënte constructies te maken. Hier is Francois echter niet geïnspireerd door de natuur maar heeft de natuur zelf tot onlosmakelijk deel van het gebouw gemaakt: door er een groene jas omheen te draperen. De gevels doen denken aan grondlagen. In een willekeurige volgorde zijn de betonwagens met licht-en donkergrijze beton komen aanrijden en het resultaat is een grillige gelaagdheid in de gevels. In de afspraken met de bewoners over de beplating was vastgelegd dat elk appartement 1 pot kon beplanten met een plant naar keuze. Daar is niet veel van te zien, hetgeen een eindbeeld oplevert van een van bovenaf gestuurd esthetisch beeld, een gebouwd pamflet. In die zin werkt het fantastisch. Er horen wel bewoners bij die zich deze dirigistische plantkeuze laten aanleunen. Maar dat is een ander verhaal.

Foto's: Harrie van Helmond, Helga Fassbinder,