GREEN FROM SCRATCH 2, 1 juli 2011*

Deze prikkelende titel stond boven de uitnodiging voor de bijeenkomst in het zojuist (duurzaam?) gerenoveerde NAI, waar de dag tevoren nog 1700 bezoekers de opening bijwoonden. De kleine zaal was bomval, een mix van Chinese en Nederlandse ontwerpers en onderzoekers.

De bijeenkomst is er een in een serie, gestart op de wereldtentoonstelling in Sjanghai en is georganiseerd door het International New Town Institute (INTI), de Dynamic City Foundation (DCF, gevestigd in Beiing, zie ook: http://BURB.tv) en het NAI. Namens het INTI en de DCF werd de bijeenkomst voorbeeldig geleid door Michelle Provoost en Neville Mars. Ole Bouman opende de avond namens het NAI.

Green from scratch suggereert een queeste naar utopia, uiteraard een groen utopia. Is de eco city een onbereikbaar ideaal, een utopisch vergezicht? Kan er slechts in doldwaze verwachtingen over worden gesproken zoals Van Doesburg hoopte dat de ingenieurs het probleem van de zwaartekracht wel zouden oplossen? Is zelfs maar het hopen op een in de toekomst reëel bestaande eco city naïef?

Citaten uit de introductietekst:

"Het lijkt er op dat er geen werkbare modellen bestaan voor nieuwe eco city's. In de agressieve marktcondities in landen als China falen bestaande modellen bij het leveren van flexibiliteit en snelheid. Tegelijkertijd bieden de omstandigheden wel de kans om betere modellen te ontwikkelen en te testen. De bijeenkomst is bedoeld om de contradicties te bespreken tussen enerzijds de gefragmenteerde eisen en het korte termijn investeringsklimaat en anderzijds integrale lange termijn visies die nodig zijn voor een stedelijke duurzaamheid. Gefaseerde in de tijd uitgezette planningmethodes lijken een uitweg te bieden bij de haperende ontwikkeling van een model voor eco city's."

De bijeenkomst was dus stap 2 in de strategie die DCF heeft uitgezet om de kansen in de praktijk te verkennen voor planners van groene ambities. Dynamic City Foundation is een Chinees-Nederlands organisatie die betaald wordt door de overheden van Nederland en Caofeidan  met de bedoeling om multidisciplinair onderzoek te verrichten naar eco-cities. Caofeidan is de beoogde nieuwe eco-city in de buurt van Tangshan,  220 kilometer oostelijk van Beijing. In het NAI werden behalve ontwerpen voor Caofeidian ook plannen voor West Kowloon (Hong Kong) en Shenzhen gepresenteerd om de verschillende aspecten van geïntegreerde contextspecifieke ecologische planning te tonen, allen gebaseerd op een " time based"  planning.

Michelle Provoost kaartte in haar inleiding de noodzaak aan om new towns heel anders te gaan ontwikkelen: "dat moet beter kunnen". inflexibiliteit van bestaande new towns kan volgens haar vermeden worden door flexibiliteit en tijd als programma-onderdeel in het proces mee te nemen (time based planning). Organische evolutionaire groei kan in combinatie met sociaal culturele integratie meer identiteit aan new towns geven. Waarom zou in China een groene new town kunnen lukken als dat in zo veel landen niet gelukt is? De centrale aansturing biedt ondanks alle nadelen hier voordelen. "Love te hate to love" is het gevoel dat daarbij op komt, zo gaf ze haar gevoel daarbij puntig weer.

Hong Kong

David Gianotten van OMA presenteerde op een fascinerende wijze het plan voor een duurzaam nieuw cultureel district van Hong Kong. De stad geldt als een magneet voor heel China. Elk jaar bezoeken47 miljoen bezoekers de stadstaat. Ze wil op de laatste leegte (42 ha) uit het niets een groen cultureel centrum vestigen, dit om de puur op commercie gerichte stad meerkleurig te maken. Het programma werd door Gianotten als hilarisch aan de orde gesteld: voor de gigantische programma-onderdelen zijn er geen exploitanten. Aanbod moest vraag gaan oproepen. Terwijl bijv. in NYC 4,3% van de werkgelegenheid in cultuur en design wordt gerealiseerd is dat in Hong Kong slechts 0,6%. De terugverdientijd voor duurzame investeringen is hier 3 jaar. Het plan (en strategie) dat OMA heeft ontwikkeld begon met een nieuwe meer realistische formulering van het programma, een zeer risicovolle aanpak zo bleek later. Dit nieuwe programma werd in maar liefst 300 bijeenkomsten met betrokkenen geformuleerd. Zo werd ruimte voor producenten van cultuur toegevoegd, bestond het plan uit het ontwerp van een gigantisch park aan het water waarin het programma in 3 begrijpelijke ensembles opgenomen werd. Bestaande historische bebouwing is geïntegreerd ipv zoals gebruikelijk verwijderd. De kansen voor dit nieuwe district werden verbeeld dmv nieuw ontworpen gebodsborden ipv zoals in Hong Kong overal aanwezige verbodsborden.

Aan het einde van de bijna betoverende uitleg van het knappe strategische en stedebouwkundige plan bleek dat het voor de opdrachtgever een stap te ver was. Toen gekozen moest worden uit de door 3 verschillende bureaus opgestelde plannen, waaraan 1,5 jaar was gewerkt, ging Foster er met de prijs van door. Door de nadruk te leggen op het planten van 5000 bomen en door niet in te gaan op het onrealistische PvE, zo vatte Gianotten de keuze van de stad samen. "Onze aanpak zou ik weer zo over doen omdat het de meest realistische is. Men had beter de kwaliteiten van alle 3 de inzenders kunnen optellen dan te gaan voor het Fosterplan." In de discussie werd gevraagd of de aanpak wellicht te Dutch was. Gianotten beaamde de Dutch approach die wel degelijk -ondanks het verlies-, resultaat heeft opgeleverd: publiek en jury vonden dit het beste plan, maar de politiek zag het niet zitten. Het PvE is door de vele gesprekken in de stad gewijzigd, het ontwerp bleek een vehikel voor de locale deskundigen om hun inbreng te hebben.. Dankzij de publiciteit heeft OMA momenteel maar liefst 18 projecten in Hong Kong waar 60 mensen lokaal aan werken.

Genetic city Caofeidian

De Chinese overheid wil hier een duurzame industriële stad neerzetten: sociaal, ecologisch en economisch duurzaam,  klimaat neutraal (95% hernieuwbare energie) en esthetisch van hoge kwaliteit. In de eerste 3 jaar moet er voor 100.00 inwoners plaats zijn, in 2020 moeten er dat 1 miljoen zijn. Hiertoe is een ontwerpersgroep samengesteld onder de naam B.A.R.C. waarin 5 Chinese en 5 Nederlandse bureaus samenwerken. Neville Mars legde de unieke ontwerpmethode uit: de 10 bureaus bewerkten opeenvolgend  het plan om een meerduidige inhoud te kunnen ontwikkelen. Als theoretische start van: "het plan als proces" noemde hij verrassend het gedachtegoed van Christopher Alexander. Door de computer als hulpmiddel ipv tovermiddel in te zetten, kan ontsnapt worden aan de logisch lijkende boomstructuurplanning, waar de stappen netjes achter elkaar gezet worden. "Je moet groeimodellen maken, geen kant en klaar product". Daarom kan urban planning alleen samen met een reeks van deskundigen lukken. In de discussie over "Future modeling" werd niet duidelijk of een hoofdrol voor de computer als bedreiging (allesbepalend) of  als een handig onmisbaar hulpmiddel gezien kan worden.

Shenzhen Longgan

Deze derde case werd uitputtend gepresenteerd door Margot Weijnen (NGI, TUD). Haar onderzoeksvraag was of de ontwikkeling van eco city's een platform kan bieden voor sociale vooruitgang in China. Ze ging uit van het (zoals ze zelf zegt: vaak onterecht of ondeskundig gebruikt) begrip "holistisch": de aanpak om te komen tot eco city's moet holistisch zijn, markt gedreven én uitgaan van samenwerking met de overheid. Hiervoor zijn er geen werkbare modellen, al helemaal niet in de Chinese conditie van sterke groei en besluitvormingsmodellen. Eco city Shenzhen is een poging om een zich steeds verder ontwikkelend stadsmodel te bedenken. In het stadsdeel Pingdi, een industriële zone aan de rand van Shenzhen (14 miljoen inwoners) moet de eco city gevestigd worden en zich daarna verder uitbreiden. Onder grote tijdsdruk is gewerkt aan een strategisch model, uitgaande van de aanwezige context (alweer de Dutch approach!), waarbij eerder een visie dan een stedebouwkundig ontwerp voorop stond. Er moeten condities geschapen worden, aldus Weijnen. De belangrijkste conditie was reeds door de overheid aangegeven: de transformatie van maakindustrie naar de dienstensector waarvoor hoger opgeleide mensen nodig zijn die de stad zo kan aantrekken. Op deze wijze ontstaan er meer kansen voor een eco city. Voor Eeijnen staat eco net zo goed voor ecologie als voor economie.

Ze vat haar aanpak samen in 4 hoofdzaken:

- verdeel de nieuwe stad dmv groene lobben met een multifunctionele invulling van elke lob: "innovative spatial planning concept"

- moedig gezond gedrag aan met een : "eco sufficient infra structure"

- werk aan een lokaal georiënteerde, sterke culturele identiteit

- werk aan economische transformatie ten dienste van de ecologie.

Dit kan natuurlijk slechts wanneer alle instituties meewerken zodat de bureaucratie wordt ingeperkt.

In de discussie komt van achter uit de zaal de pijnlijke opmerking dat duurzaamheid wel erg afstandelijk behandeld is. Dan blijkt ook dat de 3 cases nog in het strategische fase zijn waarin randvoorwaarden worden bepaald en volgt de opmerking: het gaat hier om "deep uncertainty"  waar niet de known unknown maar de unknown unknown opgezocht moet worden. De eco city is, dat snapt dan iedereen, een droom om na te streven. Jammer dat het containerbegrip groen niet duidelijker werd uitgewerkt: duurzaam moet, dat weet iedereen, en een groen park, willen we ook allemaal. Maar wat kan een aanpak gebaseerd op de principes van de natuur (de stad áls natuur) bijdragen aan het concept eco city, voorbij troost-of decoratiegroen? Daarover is niet gesproken en is vooralsnog een kans gemist. Time based planning is logisch te linken aan principes die voortkomen uit de natuur. Het is de uitdaging te onderzoeken of dit mogelijk is de situaties waar eco cities moeten worden bedacht en gebouwd.

Henri David Thoreau schreef in 1847 in de laatste regels van zijn boekverslag Walden: "Slechts die dageraad ontwaakt waartoe wij wakker zijn".

 

Op naar GREEN FROM SCRATCH 3!

* Participants

Moderators

- Neville Mars (Dynamic City Foundation, MARS Architects)

- Michelle Provoost (International New Town Institute)

Speakers

Case 1: David Gianotten

Case 2: Neville Mars

Case 3: Margot Weijnen

Debate panellists

NL

1. Margot Weijnen (NGI) scientific director of research at Next Generation Infrastructures

2. Barend Koolhaas Rocksteady Design

3. Kristian Koreman ZUS

4. Elma Van Boxel ZUS

5. Paul Kroese MVRDV / T?F

6. David Gianotten OMA‐HK Time‐based planning in West Kowloon

7. Thorsten Schuetze TU Delft (complexity Theory)

8. Wouter Vanstiphout Crimson, Design and Politics (TU Delft)

9. Yusen Chen TNO simulation based modelling

10. Deborah Hauptmann TU Delft

11. Egbert Stolk TU Delft

CN

12. Wang Hui URBANUS

13. Liu Xiaodu URBANUS

14. Su Yunsheng vice‐director at Tongji University's Urban Planning

Hong Kong

15. Alain Fouraux Nervecorp