DE STAD ALS NATUUR ALS BOUWOPGAVE

 

Als duif of sperwer of zaadje kijk je anders tegen een stad aan dan een mens dat doet. De dichte stad is voor je dan evenzo natuur als de andere vormen die wij mensen als natuur herkennen en getypeerd hebben: woestijn, duin, bos, weidelandschap et cetera. Waarom de dichte stad nu niet? Gezien de inzichten over de verspreiding van biodiversiteit waarbij steden hoog scoren, is dit allang niet meer logisch. 

Onlangs is een groot internationaal onderzoek afgerond dat de waarde van de steden voor de biodiversiteit kenbaar maakt (1). Het besef hiervan heeft een aantal jaren geleden tot de oprichting van de Stichting Biotope City geleid. Deze stichting publiceert intussen het eerder aan de TUE uitgegeven online journal Biotope City met als ondertitel ‘De stad als natuur’ . Bedoeld is niet de garden city maar de dichte stad als natuur. Biotope City richt zich tot architecten, stedenbouwkundigen, beleidsmakers en -voorbereiders, meer nog: aan allen die zich professioneel of als bewoners met steden bezig houden. De bijdragen aan Biotope City Journal kunnen gebruikmaken van vier van de talloze talen in de wereld, te weten Engels, Duits, Nederlands en Frans – de site wordt dan ook bezocht door surfers uit de hele wereld.

Het is niet bij digitale woorden en beelden gebleven. Inmiddels heeft dit project ook zijn neerslag gevonden in vervolgprojecten die deze visie in praktijk willen brengen: in Wenen is net de planning van start gegaan voor een 'Biototop City Quartier', een zeer dichte en toch van alle kanten (verticaal en horizontaal) begroende buurt, waar eens ca. 4000 mensen zullen gaan wonen met alle voorzieningen die nodig zijn, inclusief een school, crèches, winkels, tuinen, speel- en sportvelden et etcetera.Zelfs komt er een zwembad op een van de daken, de woningen zijn voor het merendeel in de sociale sector. Een model voor de dichte stad als natuur, een boeiend plan! Maar tegelijkertijd ook buitengewoon moeilijk te realiseren: Het vergt niet alleen veel denkwerk, maar de opzet botst ook van alle kanten tegen bestaande wetgeving, regels en gewoontes.

De overgrote meerderheid van stedenbouwkundigen en architecten die nu aan het werk zijn, zijn nog opgeleid met het basisprincipe 'scheiding van stad en land'. Dit eeuwenoud idee heeft overal en doorgaans zijn neerslag gevonden in alles wat de stad bepaald en heeft uiteraard de gangbare vakkennis gestructureerd. Wij kunnen het aflezen aan de vormgeving van steden en van gebouwen: de functies voor mensen zijn gescheiden van dat wat wij 'natuur' noemen. Bomen, parken en tuinen zijn ingevoegd als speciale elementen voor de recreatie van ons soort, de homo sapiens. Dat dit insecten, vogels en kleine zoogdieren met zich meebrengt, wordt als lastig en te bestrijden beschouwd.

Ik ben als architecte en stedenbouwkundige ook zo opgeleid. Pas toen ik eens na een verkeersongeluk langer thuis moest blijven en alleen maar nog uit het raam kon kijken ontdekte ik het rijke insecten- en vogelleven in onze kleine binnentuin midden in het centrum van Amsterdam. Die scheiding klopt niet, dacht ik. Later ben ik dit nagegaan – en inderdaad: geen sprake van. De biodiversiteit in de steden is zelfs hoger dan op het platteland. Dat weten de stadsecologen al lang – maar voor de rest van de wereld is dit nog tamelijk nieuw. En met name voor de vakwereld van al diegenen die zich met het plannen en bouwen van steden bezig houden is dit een vreemd en eigenlijk niet welkom feit. Natuur is chaos, natuur verandert steeds, natuur brengt rotzooi met zich mee. Bomen laten blad vallen, blad moet worden verwijderd , bomen kunnen zelfs omvallen bij storm. Planten brengen schade aan gebouwen toe, vergen extra onderhoud, bovendien veranderen ze constant, ze zijn nooit klaar, ze groeien. Vogels poepen, spinnen dringen de ramen binnen, muggen steken, en dan hebben we het nog niet eens over muizen en ratten. Nee, de natuur niet mengen met steen, staal en glas, apart houden, liefst achter tralies! De hele regelgeving, het hele vakkundig denken is gebaseerd op deze scheiding.

Maar inmiddels hebben we te maken met milieuproblemen, die wij zonder 'natuur' om ondersteuning te roepen, niet goed kunnen oplossen. Tenminste niet zonder hoge kosten en ook niet zonder nog meer milieuproblemen te veroorzaken. Airconditioning tegen hittegolven kost veel energie. De vervanging door grotere buizen van het huidige rioolsysteem dat stortregens niet snel genoeg kan wegwerken, is werk voor een eeuw. Voor de grote urbane CO2-uitstoot is ook nog geen betaalbare en aanvaardbare oplossing gevonden, om niet te spreken van de fijnstofproblematiek in de steden, die het leven van burgers verkort... Het binnenhalen van 'natuur' zou al deze problemen kunnen verzachten: groene daken houden regenwater terug, bladgroen transformeert CO2 en filtert fijnstof, de verdamping van open water en bladgroen zorgt 's zomers voor koeling, omgekeerd dragen 's winters bladloze struiken, bomen en begroeiing aan gevels bij tot verlaging van de windsnelheid en remmen zodoende de afkoeling. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het effect op de biodiversiteit.

Dit alles vergt wel een heel andere visie op de stad: van een om-denken wat betreft onze ideeën hoe dingen horen, tot en met ons gevoel van wat mooi is en wat troep en chaos is. Maar ook alle functionele en materiële dimensies van de stad moeten opnieuw worden doordacht. En dat is nogal wat! Datgene wat wij als stad om ons heen hebben is immers niet zo maar even ontstaan. Er zitten overwegingen en uitvindingen van vele generaties in. Het Arsenal in Parijs heeft eens een tentoonstelling ingericht met als thema: ‘De uitvindingen die de stad uitmaken'. Een eyeopener! Al die dingen die voor ons zo vanzelfsprekend zijn, zoals de vorm en dekking van daken, het rioolsysteem, de trottoirs, straatverlichting, parken, straatbomen et cetera zijn stuk voor stuk en over eeuwen heen bedacht, uitgerijpt – en dan in regelgeving gegoten. Vastgelegd om fouten door gebrek aan kennis of al grote zuinigheid te voorkomen.

Veel daarvan moet op de schop als men de scheidslijn tussen stad en natuur verwijdert. Wat mogelijk is, wat functioneel is en geen gevaar oplevert voor alle soorten van gebruikers van de stad, de mensen, de planten, de dieren: dat alles moet opnieuw worden overwogen en opnieuw worden vastgelegd. Daar komt nog bij dat er ook zoiets bestaat als 'cultuur'. In sommige landen, zoals in Nederland, is het makkelijk water door de stad te leiden; in andere landen ziet men alle kinderen erin verdrinken – in Wenen bijvoorbeeld  moet om elk open water dat dieper is dan 3,5 centimeter een hekkomen, omdat anders baby's kunnen verdrinken. Men kan zich voorstellen wat een gigantisch karwei en hoeveel inzet,  moed, risicobereidheid en belangstelling voor deze nieuwe visie op de stad nodig is om zo'n ommezwaai tot stand te brengen.

De pioniers hebben het moeilijk. Een voorbeeld: het eerste project dat volgens de ideeën van Biotope City drie jaar geleden  door een vooruitstrevende Weense woningcorporatie was gestart, een totaal begroend complex van 300 sociale woningen, moet nu, na twee jaar ambtelijk onderhandelen, zonder verticaal groen worden gebouwd – anders zou er geen bouwvergunning worden afgegeven omdat de directie brandveiligheid van de stad het risico van brandoverslag uit de ramen niet wil nemen.

Het is het lot van pioniers dat ze werken met vallen en opstaan. Maar ik ben ervan overtuigd dat het maar een kwestie van tijd is tot wij onze steden ook bewust als vorm van natuur zien en als natuur gaan inrichten. Alle disciplines zullen eraan moeten meewerken: architecten, stedenbouwkundigen, bouwers, biologen, ecologen, sociologen, bestuurskundigen, politicologen, gezondheidsexperts, leraren e.a. – een hele wereld moet om! Ja, het zal zijn tijd kosten. Zoals het modernisme zijn tijd heeft genomen, totdat het zijn stempel van 'licht, lucht en zon' had gedrukt op de steden. De nieuwe benadering van de stad als natuur zal het misschien ook niet sneller doen – ook was dit zeer wenselijk en noodzakelijk. Want hoe dan ook, er is geen andere weg: we moeten leren ons opnieuw in te bedden in de cyclus van de natuur om als invoelende partners gebruik te maken van haar krachten. Nota bene: Dit vergt een culturele ommezwaai die in feite verder gaat dan de inrichting van de stad.

Deze ommezwaai is al begonnen en heeft een enorme vaart genomen in de afgelopen jaren. Toen ik twaalf jaar geleden een internationaal congres met als thema Biotope City – de stad als natuur organiseerde, waren er nauwelijks sprekers te vinden, zo vreemd was het idee. Nu bruist het van het enthousiasme voor het urbane groen. In vrijwel elk partijprogramma is 'groen' terug te vinden. Slimme burgermeesters omarmen het idee van het begroenen van hun stad en slaan er politieke winst uit, zoals in Parijs. In Nederland zijn in er vrijwel elke gemeente groepen die bomen, planten en vogels beschermen. Urban farming is een populair item. Er zijn groene stadsguerilla’s actief. Bewoners bestormen hun stadsbesturen om meer groen mogelijk te maken binnen de bebouwde kom. In het bedrijfsleven hebben nieuwe bedrijfstakken hun intrede gedaan. Deze hebben zich gestort op daktuinen en verticaal groen en alles eromheen.

Naast enthousiasme is vooral ook onderzoek nodig naar wat mogelijk is, met welke effecten en tegen welke kosten, en hoe veranderde en nieuwe regels eruit moeten zien. Daarvoor is ook het slechten van grenzen tussen disciplines nodig: De specialisten van de plannings- en bouwsector moeten eindelijk op gelijke voet samenwerken met de specialisten voor de 'natuur'. In de planning voor het Weense 'Biotop City Quartier' heeft dit al aardig gestalte gekregen: door de problemen met de zomerse hitte, de noodzaak van energiezuinig bouwen en de als maar hogere rioolbelasting worden de ecologen in het team door de woningcorporaties met gretige belangstelling geraadpleegd. Wat kan groen bijdragen en hoe moeten wij groen inzetten? Een onderzoek van de Universität für Bodenkultur Wien levert de bewijzen aan voor de koelende effecten van bladgroen bij urbane hittegolven (2). Een recente uitgebreide studie van het Duitse ministerie voor bouwen en ruimtelijke ordening geeft een overzicht over methoden en kosten van verticaal groen (3) – en zo is nog meer te noemen. Stapsgewijs wordt aan kennis en aan bouwstenen voor een nieuw stelsel van regels gewerkt die het voor investeerders en beleidsmakers mogelijk maken, de visie op de stad als natuur in realiteit te brengen.

Het zal uiteraard tijd kosten voordat de natuur zichtbaar haar stempel heeft gedrukt op de stad. Het nieuwe Biotop City Quartier in Wenen zal, als alles vlot verloopt, niet eerder dan over zes tot zeven jaar klaar en bewoond kunnen zijn. Laat ons hopen dat de Weense regelgeving in een even rap tempo aangepast kan worden zodat het resultaat dan uiteindelijk ook daadwerkelijk iets met de doelstelling van het begin van doen heeft...

Photos: Helga Fassbinder 

Voetnoten:

(1)
Samenvatting 'Cities Support More Native Biodiversity Than Previously Thought' door Julie Cohen op http://www.biotope-city.net/gallery/cities-support-more-native-biodivers..., febr.2014

(2) Bernhard Scharf e.a. 'The Resilience of Cityscapes', op http://www.biotope-city.net/article/resilience-cityscapes, jan. 2014

(3) Nicole Pfoser e.a 
''Gebäude Begrünung Energie. Potenziale und Wechselwirkungen. 
Interdisziplinärer Leitfaden als Planungshilfe zur Nutzung energetischer, klimatischer und gestalterischer Potenziale sowie zu den Wechselwirkungen von Gebäude, Bauwerksbegrünung und Gebäudeumfeld. Abschlussbericht.  BBR. Febr.2014. Samenvattingen, ook in het engels, op http://www.biotope-city.net
 

 

Dit artikel is tevens gepubliceerd in een papieren versie in GROEN Vakblad voor Ruimte in Stad en Landschap Nr. 6/Juni 2014